Witte kerkje van Holysloot
Zondag 26 januari 2025
Schriftlezing: Lucas 4, 14-30
Uitleg en verkondiging
Gemeente van onze Heer,
De eerste keren dat je als voorganger optreedt, de eerste preken die je houdt, dat zijn spannende gebeurtenissen. Iedere predikant of voorganger moet erdoorheen: de eerste keer dat je voorgaat, gaat preken. Het is spannend.
Ik herinner mij mijn eerste keer nog, in de Stefanuskerk in Utrecht, toen ik nog kandidaat was. Ik was gemeentelid in de Stefanuskerk, Aster is daar gedoopt, ik zat in de kerkenraad. Men kende mij en dat scheelde een hoop. De mensen daar wisten dat het mijn eerste keer was, ze waren welwillend, ik voelde mij door hen gesteund. Ook als het niet goed zou gaan zou ik niet afgaan en met welwillendheid bejegend worden.
Zo gemakkelijk wordt het niet iedere beginneling gemaakt, maar over het algemeen wordt iemand die net begint niet hard aangepakt. En ik heb zeker nog nooit van een collega gehoord die na één van zijn eerste optredens met de dood bedreigd werd door boze gemeenteleden, zoals dat bij Jezus gebeurde.
Waarom werden de mensen woest dat ze hem van een steile rots willen gooien? Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet precies weet. Maar daarin sta ik niet alleen, er zijn meer predikanten en exegeten die het niet precies weten.
Er zijn een paar aanknopingspunten.
Jezus preekte naar aanleiding van een tekst uit Jesaja.
Ik breng de armen goed nieuws,
ik maak gevangen vrijlating bekend
en blinden dat zij weer zullen zien
en onderdrukten dat zij hun vrijheid krijgen.
Ik roep het genadejaar van de HEER uit!
Lukas heeft niet Jezus hele preek weergegeven, maar de kernachtige samenvatting daarvan; en die kern is: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ of in een andere en betere vertaling dan de Nieuwe Bijbelvertaling: ‘Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld.’ Wat Jesaja toen zei, wat hij toen profeteerde, wat toen gebeurd is, dat gaat heden, nu, weer gebeuren. Dat begint bij Jezus.
Dat kan een bron van irritatie en ongeloof zijn. En van de woede. Jezus is opgegroeid in Nazareth. Ze kennen hem daar al van jongsafaan. Dat is toch de zoon van Jozef? Wat heeft die een pretenties gekregen. En hij profeteert hetzelfde als Jesaja – hij kondigt een heilstijd aan. Nou, dat zijn wel grote woorden die hij gebruikt! Gevangenen bevrijd, blinden die weer zien, onderdrukten bevrijd… we geloven er niets van. Laat maar eens zien, dan Jezus. Doe het, bewijs het.
Jezus voelt dat blijkbaar haarscherp aan, hij zegt: ach ja, een profeet is niet welkom in zijn eigen stad.
Tussen twee haakjes, Jezus ziet zichzelf dus als profeet. Een profeet roept de mensen terug naar de Thora, naar het verbond dat de HEER sloot met Israël, naar de leefregels. Elke profeet doet dat. Elia deed, Jesaja deed.
Een profeet is niet welkom in zijn eigen stad. Maar dan moet je ook geen wonderen van die profeet verwachten. En dan volgen twee verhalen over profeten die niet welkom waren in Israël, maar wel gehoor vonden in het buitenland. Elia de profeet vond gehoor bij de weduwe in Sarepta in Sidon en zij werd geholpen – maar de talloze weduwen in Israël niet. En de profeet Elisa vond gehoor bij Naäman, de Syriër. Naaman werd van zijn melaats genezen, maar melaatsen in Israël niet.
Als je niet naar profeten wil luisteren, moet je niet verwachten dat de goede tijden vanzelf aanbreken, zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Neem in onze tijd de klimaatactivisten. Je kunt je er doof voor houden, maar dat lost het klimaatprobleem niet op. Integendeel.
Nog een bron van ergernis. De laatste zin uit het citaat van Jesaja is: Ik roep het genadejaar van de HEER uit! Dat aangename jaar van de HEER, dat is een verwijzing het jobeeljaar. Wij kennen het als het jubeljaar. Al zullen mensen jubelen in het jobeeljaar, jobeel betekent geen jubel. Jobeel is de ramshoorn die wordt geblazen op grote Verzoendag als dat jobeeljaar begint.
Elke week in Israël eindigde met de sabbat. De zevende dag is aan de HEER gewijd, die is er om te rusten en te genieten en je te realiseren dat je werkt om te leven en niet leeft om te werken. Die dient ook om relatie met de HEER te onderhouden.
Zo gaat het ook in jaren: na zes jaar is er een sabbatsjaar. In dat jaar mag de akker, het land niet bebouwd worden, het blijft braak liggen. Dat is goed voor het land, want het mag niet uitgeput worden; het moet ook tijd hebben om te herstellen om goed vrucht te kunnen blijven dragen. Het braak laten liggen is ook erkenning: de aarde is van de HEER, we moeten er goed voor zorgen; het land moet ook kunnen rusten, niet op de zevende dag, maar in het zevende jaar.
Het jobeeljaar is als er zeven keer een sabbatsjaar is geweest. Het is het jaar van de meer dan grote sabbat waarop alle verhoudingen die misgelopen zijn hersteld worden. Mensen die vanwege schulden hun land hebben moeten verkopen krijgen in het jobeeljaar hun land weer terug. De schuld die nog uitstaat wordt kwijtgescholden. Wie verarmd was kan weer voor zichzelf en zijn familie zorgen. Mensen die zichzelf als slaaf hebben moeten verkopen worden weer vrij man. Iedereen kan opnieuw beginnen, zonder schuld, zonder vernedering, zonder smaad. Wat geweldig moet dat zijn zo’n jobeeljaar.
En in zo’n jaar wordt ook de verhouding met de HEER wordt zo hersteld. In het jobeeljaar wordt het weer zoals de HEER God bedoeld heeft. Hij wordt erkend als degene aan wie in principe hemel en aarde toebehoren. Iedereen roept de HEER aan. Iedereen erkent zijn aanspraken.
Dat is toch allemaal heel heerlijk? Een maatschappij zonder armen, zonder schulden, geen afgunst – geen strijd om godsdienst.
Dat is het genadejaar dat Jezus uitroept. Dat is zijn profetie.
Toch kan het ook dit zijn dat de woede van de mensen in Nazareth opwekt. Want: de armen krijgen hun land terug, geweldig! Maar wat denkt u dat die landeigenaren die het land dat ze verworven hebben, moeten teruggeven, daarvan vinden? Al hebben ze het ten koste van anderen verworven…
De schulden worden kwijt gescholden – maar je zou iemand maar een flinke som geld geleend hebben… krijg je niet terug. Het getuigt van barmhartigheid om de schuld kwijt te schelden, maar de meeste mensen hebben toch liever hun geld terug. Met rente.
De slaven worden vrijgelaten, fantastisch!! Maar wat dacht u van hun eigenaars die de slaven moeten laten gaan? Die moeten nu zelf gaan werken en kunnen zich niet meer laten bedienen. Geen goedkope geïmporteerde arbeidskrachten.
In het Jobeeljaar worden de armen rijker en de rijken armer. Niet dat de rijken dan echt tot armoede vervallen – maar ze zullen van hun rijkdom moeten inleveren. Maar dat is uitermate pijnlijk voor wie het moet hebben van bezit en macht. U weet hoe het gaat met verreweg de meeste rijke mensen: het is nooit genoeg. Er zijn maar weinig filantropen onder de rijksten der aarde.
Stel dat in onze maatschappij iets dergelijks zou gebeuren. Dat wij in 2025 over gingen tot een jobeeljaar. Dus dat wie schulden heeft gemaakt ze niet af hoeft te betalen. Dat wie zijn huis is kwijtgeraakt het terugkrijgt. Dat alle mensen van wie het bedrijf failliet is gegaan opnieuw kunnen starten, zorgenvrij. Dat rijken teruggeven wat ze aan overmatige bonussen ontvangen hebben. Dat vreemdelingen die in asielzoekerscentra opgesloten zijn mogen gaan en staan waar ze willen. Dat de mensen die nu aan de rand van de maatschappij leven met respect behandeld worden. Dat het in de gezondheidszorg om de patiënten zou draaien.
Ja, de mensen die alles al hebben zouden niet nog rijker worden. Maar de armen zouden niet arm meer zijn. De wereldwijde crises zouden snel voorbij zijn. Want de oorzaak daarvan ligt in de vele excessen die te danken zijn aan hebzucht en gemakzucht en onrecht.
Het genadejaar van de HEER is het jaar waarin Gods wil geschiedt – en het zijn de mensen die zijn wil doen. Het zijn mensen die de gevangenen bevrijden. Het zijn mensen die slaven laten gaan. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het jobeeljaar in Israël altijd … theorie gebleven is. Israël heeft het jobeeljaar nooit gevierd. Gods goedheid is te groot voor mensen die alles al hebben. God wil wel, maar de mensen willen niet. Stel je voor dat iedereen die genade ontvangt om weer opnieuw te beginnen – waar blijf je dan?
En tenslotte: het kan zijn dat de mensen boos worden om wat Jezus níet zegt.
Jezus laat nl een citaat uit Jesaja weg.
‘De Geest van de Heer rust op Mij,
want Hij heeft Mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft Hij Mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Bij Jesaja gaat het dan verder: en een dag van wraak voor onze God. Dat laat Jezus achterwege. Misschien dat daar ook wel een pijnpunt zit. Want Israël wordt onderdrukt, er zijn mensen die hun onrecht aandoen, foute heersers. En ja – wraak nemen is dan een menselijk verlangen. Maar Jezus roept niet op tot wraak op de vijanden. Hij verkondigt ook niet de wraak van God – hij zal in ieder geval niet degene zijn die wraak neemt in de naam van God. Wraak nemen komt alleen aan de HEER toe, je zou kunnen zeggen: Jezus laat het aan hem over.
Ook dat kan een rede voor het aanvallen van Jezus zijn: hij is niet uit op wraak, hij roept niet op tot wraak.
De preek van Jezus, het goede nieuws wordt door de mensen opgevat als een aanslag op hun zekerheden, hun aannames en hun verwachtingen. Jezus’ prediking roept ernstige weerstand op.
Misschien, wellicht is de reactie van de mensen ook wel een samenvatting van de reactie van mensen op de prediking van Jezus in het hele evangelie naar Lucas: Jezus vertelde het goede nieuws, maar de meeste mensen trokken dat niet, hij werd er om gedood. Door zijn verkondiging in woord en daad vond men het nodig hem te kruisigen. Lukas vertelt niet dat Jezus stierf voor de zonden van mensen, plaatsvervangend. Maar dat hij stierf vanwége de zonden van mensen. Omdat mensen onverzoenlijk waren en van geen genade wilde weten. Heel toepasselijk is Jezus gestorven in het Jeruzalem dat de profeten doodt.
Maar zover is het nu nog niet.
In Nazareth stroomde als reactie op Jezus’ preek de synagoge leeg en deden ze een serieuze poging hem te doden.
En Jezus, weet u wat Jezus deed toen hij merkte dat mensen zijn prediking niet wilden horen en hem verwierpen? Ook dat vertelt Lukas: Jezus vertrok. Jezus ging gewoon weg, weg van de mensen die niets van hem wilden weten.
Gelukkig vond hij elders wel gehoor.
Gelukkig kunnen we tot op vandaag nog steeds Jezus’ verkondiging horen.
En gelukkig zijn er tot op vandaag mensen die met blijdschap naar hem luisteren en ernaar handelen.
Amen.